NostalGie

Sunday evening blues, geen betere remedie tegen dat eindeweekendgevoel dan het intikken van onnozele zoektermen in Google, op zoek naar memorie en reminiscentie. Zo af en toe wil ik de zoekterm “Bilzen” wel eens bezigen. Bilzen is het dorp dat ik in 1983 ontvlucht ben om te ontsnappen aan kneuterigheid en provincialisme.   De ontsnapping is gelukt… maar op zondagavond mag ik me graag verkneukelen aan herinneringen uit de Demerstee waar mijn wieg heeft gestaan. Ik keer graag nog eens terug naar vroeger, naar de kindertijd, naar de vrienden en ook wel naar de lokale tabakswinkel.  In lang vervlogen tijd kocht ik voor mijn grootvader nog een halve kilo pijptabak bij Fieke in “Den Echte Rooker”.  Vijf Frank koste zo’n bruin pak Tabac Semois.  Mocht Fieke nu nog leven dan zat ze wellicht in de gevangenis. Vandaag verkoop je niet meer ongestraft tabak aan een minderjarige.

De zoekterm Bilzen geeft weinig interessante resultaten. Naast de veelvuldige sluitingsuren van de “stedelijke” diensten vind je vooral veel websites van de vastgoedboeren die over de Haspengouwse Heerlyckheid regeren. Het wordt pas interessant als je bij de “video” sectie gaat zoeken: Jazz Bilzen!

Jazz Bilzen was ooit het tweede festival in België, medio de jaren 60 georganiseerd door het lokale Katholieke Davidsfonds. De pastoor en de deken stonden zelfs op de affiche met de zondagsmis, later op de dag mocht Ferre Grignard de weide terug ontwijden met Skiffle en alcohol.  Jazz Bilzen was mijn geboorteplek, letterlijk. Mijn kinderbedje stond vlak bij de ingang van festivalterrein aan het Begijnhof en op honderdvijftig meter van mijn slaapplaats stond Ozzy Ozbourne van jetje te geven. De liefde voor muziek werd mij al vroeg bijgebracht net zoals de tinnitus die nu nog altijd in mijn kop zit. Ik heb de eerste jaren van Jazz Bilzen meegemaakt vanuit mijn slaapkamerraam. In mijn kinderlijke fantasie ging het er in Bilzen net zo aan toe als in Londen, de Demer leek even op de Thames.

70_klein.jpg

Tienerklanken, het lang vergeten betuttelende jeugdprogramma van de BRT (Brussel Vlaams) maakte een aantal reportages over Jazz Bilzen. Vandaag “streamde” ik de reportages op Youtube en het was als een timeworp naar de kindertijd. Bij het zien van de beelden kreeg ik spontaan de geur van onze oprit tijdens het festival in de neus: het was een mengeling van patchouli en pis, van verschaald bier en goedkope wijn uit omvlochten flessen. De geur van wiet kende ik nog niet.

De organisatie van het festival was zo lamentabel dat zelfs een aantal artiesten op onze achterdeur kwamen kloppen met de vraag of ze zich mochten omkleden in de garage of van ons toilet gebruik mochten maken.  Moeder zaliger stond dat toe en gaf die “arme stakkers” zelfs nog een stuk zeep mee, …properiteit was belangrijk voor haar. We kregen dan de boodschap om even niet naar het toilet te gaan wat de “Bietels” zaten daar!  Moeder noemde elke artiest een “Bietel”. Jammer genoeg hebben de Beatles nooit een gitaar achtergelaten in onze badkamer.

Het terugzien van de reportage brengt heel wat herinneringen terug: Black Sabbath, Procol Harum, Ferre Grignard, T-Rex, The Kinks,… Niet alleen muzikale memories maar ook buren en bijzondere plekken kwamen in beeld: Frituur Nelly, Mon “de Pollis”, Fons van Tack, Dikke Frans, Fuch de brouwer, Franske Frit,  Virgènie, Willem van Maria van Beth …  NostalGie pur sang!

Vandaag bestaat Jazz Bilzen niet meer. Het is gestorven aan amateurisme. De roem van Bilzen teert nog altijd op het festival. Een aantal schamele pogingen tot een revival hebben het niet gehaald. Bilzen kon zijn erfenis niet verzilveren en werd op muzikaal entertainmentgebied voorbijgestoken door Pukkelpop, Werchter en Tomorrowland.  Jazz Bilzen is nu een biertje, naar mijn smaak een slecht biertje. Het gerstenat ruikt een beetje zoals onze oprit tijdens de festivaldagen… gelukkig blijven de herinneringen nog zoet!

 

 

 

Advertisements